In Eerste liefde, een novelle van Ivan Toergenjev uit 1860, wordt de zestienjarige Vladimir hopeloos verliefd op Zinaïda, een verarmde maar beeldschone prinses van eenentwintig. Zinaïda heeft wel meer aanbidders en neemt de naïeve Vladimir niet serieus, ze vindt zijn jonge, knappe vader een stuk interessanter. Dat gevoel is wederzijds: Zinaïda en de vader van Vladimir beginnen een steeds minder geheime verhouding. Vladimirs jaloerse moeder wanhoopt, de buren kletsen, Vladimir zelf sterft bijkans van verdriet en alles eindigt in drama.

Ik verklap niet te veel als ik zeg dat de kleine Amerikaanse klassieker Zoutwater uit 1998, van schrijver en literair criticus Charles Simmons (1924-2017) een moderne versie van Toergenjevs verhaal is – Simmons verklapt het zelf al, door als motto een citaat uit Eerste liefde te nemen. Maar de opening van Zoutwater maakt meteen duidelijk dat we hier desondanks met een heel ander soort boek te maken hebben: „In de zomer van 1963 werd ik verliefd en verdronk mijn vader.” Dit is een ijzersterke eerste zin. We weten wat er gaat gebeuren maar we weten niet hoe, we hebben nog geen idee wat de verliefdheid van de hoofdpersoon en de dood van zijn vader met elkaar te maken hebben – ook niet als we bekend zijn met Toergenjevs novelle. Dit geeft een aangenaam soort spanning die alle gebeurtenissen, ook onschuldige zoals een gezellig boottochtje met de hele familie, kleuren met een donkere dreiging.