Sea, sex and sun, hijgt Serge Gainsbourg op de Franse radio. Al weken draait Radio Nostalgie dezelfde playlist voor de Fransen die niet kunnen wachten tot hun zomervakantie begint. Velen rijden naar het zonnige zuiden, waar ze en famille een villa betrekken. De volwassenen verheugen zich op relaxte, romantische diners onder de palmbomen, voeten in het zand, in het gezelschap van broers en zussen met wie ze het al dan niet goed kunnen vinden. Hun kinderen verheugen zich erop met hun neefjes en nichtjes krabbetjes te zoeken tussen de rotsen. Adolescenten vragen zich heimelijk af of die andere familie, met dat leuke leeftijdsgenootje, er ook dit jaar weer zal zijn. Nog een paar dagen worden, in de euforie van de prille vakantievreugde, sluimerende ruzies en oude vetes onderdrukt. Nog even wordt smeulende jaloezie weggestopt en blijven verboden liefdes verzwegen. Tot, vroeg of laat, de hitte de remmen losgooit.
In Bonjour tristesse, het legendarische debuut van Françoise Sagan uit 1954, zit het allemaal verborgen. De roman heeft een idyllisch decor: een prachtige witte villa aan de Côte d’Azur, waar Raymond en zijn zeventienjarige dochter Cécile de zomer doorbrengen. Raymond is een weduwnaar, veertiger, charmant, goedlachs, lichtzinnig, rijk en verleidt de ene na de andere vrouw. Hij heeft Elsa, zijn recentste verovering, meegevraagd. Het is vrijheid blijheid in hun leven. Je moet zorgen dat je geniet. De mooie dochter wordt verliefd op een lange, knappe jongeman die in de baai voor de villa zijn zeilbootje aanlegt. Een zomers cliché – wie heeft er geen herinnering aan een zomerliefde ergens op een wit, zonovergoten strand, met prachtige rotspartijen waar je je met een beetje geluk kunt afschermen voor al te nieuwsgierige blikken?








