Jaren heeft ze „in survival–stand” geleefd. Sombere gedachten, lichamelijke klachten. Een belangrijke doorbraak was het berichtje dat Tahmeena Sattari (33) rond de jaarwisseling verstuurde, via onder meer Facebook, naar haar oud-collega’s. Naar de Nederlandse medewerkers van de ambassade in Kabul, die eerder werden geëvacueerd dan zijzelf. En die het crisisteam vormden dat ervoor zorgde dat Sattari tóch naar Nederland werd gehaald, een week nadat de Taliban de Afghaanse hoofdstad waren binnengevallen.
„De collega’s zijn een grote steun geweest bij de komst naar Nederland”, schreef Sattari. „Afgelopen paar jaar heb ik me wat afzijdig gehouden, ik was mentaal op. Het voelde belangrijk om weer contact te kunnen hebben en te informeren naar hoe het met ze gaat, zonder aan de narigheid herinnerd te worden.” Het idee dat ze zou zijn ‘achtergelaten’, daar wil ze vanaf. „Het was voor hen óók eng, zij wisten ook niet wat ze moesten doen”, zegt ze.
Deze week is het vijf jaar geleden dat de Taliban de macht overnamen in Afghanistan. Hun terugkeer in 2021 luidde het haastige vertrek in van veel internationale organisaties en diplomatieke missies, waaronder de Nederlandse. Voor de Afghanen die werkten op de ambassade bleek geen evacuatieplan te bestaan; in Den Haag brak een fel debat los over wie naar Nederland mocht worden gebracht.















