vandaag, 07:30De Internationale Dag van het Bier, deze vrijdag, is natuurlijk in de eerste plaats een marketingmiddel om het door menig volwassene geadoreerde alcoholische drankje in het middelpunt te zetten. De rol die bier tegenwoordig vooral heeft als gezelligheidsdrank op een vrije weekenddag of tijdens een lange zomervakantie, had het vroeger niet. Eeuwenlang behoorde bier veel meer tot het dagelijks leven. Schoon drinkwater was niet overal vanzelfsprekend en vooral licht bier werd in grote hoeveelheden gedronken. In Den Haag zijn de sporen van die tijd nog altijd terug te vinden. Je hoeft daarvoor alleen maar naar de Bierkade te gaan.Bierspeciaalcafé De Paas ligt aan de Dunne Bierkade, een verlengstuk van de Bierkade. Wie geluk heeft, vindt op een mooie dag een plekje op de terrasboot in de gracht. Aan de ene kant varen rondvaartboten voorbij met dagjesmensen die Den Haag eens vanaf de waterkant willen bekijken. Meerkoeten, futen en andere stadsvogels hebben ondertussen hun jachtterrein gemaakt van alles wat langs de kademuren groeit en bloeit.Aan de andere kant is minstens zoveel te zien. Daar balanceren de obers van het establishment met volle glazen speciaalbier tussen voorbij jakkerende scooters en fatbikers die hun aandacht aan ongeveer alles behalve de weg schenken. Ondertussen trekken auto’s met veel kabaal op, een gewoonte waarvan nog nooit iemand de meerwaarde heeft kunnen uitleggen. Vlaanderen of WalloniëNa het hindernisparcours succesvol te hebben afgelegd, zetten ze het hoofdproduct op tafel. Geen bier dat in kroegen voorkomt waar een groot bord van Heineken aan de gevel hangt, maar een keuze van een kaart waar zelfs de geoefende bierdrinker enige tijd voor een beslissing nodig heeft.Veel toepasselijker dan deze plek kan een speciaalbiercafé niet zitten. Vier eeuwen geleden draaide hier vrijwel alles om bier. Alleen kwamen de vaten niet met een vrachtwagen en hadden de flesjes geen kleine verwijzing naar een of andere kloosterorde of abdij ergens ver weggestopt op het platteland van Vlaanderen of Wallonië. De drank kwam over het water, voor een belangrijk deel uit Delft.Maarten van RossumWie het Den Haag van rond 1600 op een kaart bekijkt, ziet een plaats die weinig lijkt op een echte Hollandse stad uit die tijd. Leiden, Delft en Haarlem lagen veilig achter stadsmuren en poorten. Den Haag had het Binnenhof, deftige huizen en een belangrijke bevolking, maar verdedigingswerken waren er nauwelijks. In de eeuw die toen net voorbij was, had dat het dorpje twee keer opgebroken. In 1528 werd het geplunderd door legeraanvoerder Maarten van Rossum en in 1574 namen de Spanjaarden Die Haghe zonder slag of stoot in. Stadhouder prins Maurits, op dat moment de belangrijkste militaire leider van de Republiek, voelde zich allerminst gerust bij die weerloosheid. Tijdens het Twaalfjarig Bestand tussen Spanje en Nederland liet hij daarom plannen maken om Den Haag, waar het landsbestuur zetelde, beter te beschermen. Bolwerken, wallen en een brede gracht moesten mogelijke vijanden buiten houden. Zover kwam het niet. Zoals wel vaker won de portemonnee het van de grote plannen: een gracht graven was aanzienlijk goedkoper dan een complete vesting bouwen.Zo werd vanaf 1612 rond Den Haag een gordel van grachten gegraven. Een paar jaar later ontstond daardoor ook een waterpartij die later de Bierkade werd genoemd. Het water moest mogelijke vijanden op afstand houden, maar bracht tegelijkertijd de buitenwereld dichterbij. Schepen vol handelswaar konden voortaan tot aan de rand van het centrum varen. En een van de producten die hier in grote hoeveelheden passeerden, was bier.Haagse brouwersHet schuimende vocht kwam vaak uit Delft. Die stad behoorde in de zestiende eeuw tot de belangrijkste biersteden van Holland en keek dan ook met argusogen naar iedere poging van de Hagenaars om zelf op grotere schaal de brouwketels op te stoken.Het tegenwoordig vaak vertelde verhaal dat Den Haag helemaal geen bier mocht brouwen omdat het geen stadsrechten bezat, is daarbij iets te eenvoudig. Al aan het begin van de zestiende eeuw duiken Haagse brouwers op in de gemeentelijke bronnen. Het probleem zat vooral in de concurrerende Hollandse steden, die hun eigen brouwers en andere nijverheid angstvallig tegen concurrentie van buitenaf beschermden. En zeker Delft had weinig behoefte aan een concurrent op enkele kilometers afstand.De OyevaarToen aan het begin van de zeventiende eeuw opnieuw plannen ontstonden voor een Haagse brouwerij, kwam de nabij gelegen buur dan ook in verzet. Na jarenlang gesteggel werd in 1612 een compromis bereikt. Den Haag mocht dertig jaar lang één brouwerij hebben: De Oyevaar. Daarmee kon de Haagse dorst onmogelijk volledig worden gelest. Rond 1622 telde Den Haag al zo'n 16.000 inwoners. Bovendien was bier in die tijd veel meer dan een genotsmiddel. Het hoorde bij het dagelijks leven, werd door vrijwel alle lagen van de bevolking gedronken en vormde een belangrijk alternatief voor drinkwater. Rond 1620 werd in Holland naar schatting zelfs zo'n 280 liter bier per persoon per jaar gedronken. Aanvoer van buiten bleef dus noodzakelijk. De nieuwe gracht bood daarvoor uitkomst. Schepen met biervaten konden voortaan tot vlak bij het centrum varen, waar hun lading eenvoudig aan wal kon worden gebracht. De huidige Bierkade(opent in nieuw venster) bleek daarvoor de aangewezen plek.Op 4 juli 1616 legde het Haagse bestuur dat vast in een zogeheten keur, een plaatselijke verordening waarin regels en verboden werden vastgelegd. Twee jaar later gingen de bepalingen in. Vanaf 1618 mocht de zogenoemde 'neeringe van biersteeken', kort gezegd de handel in bier, alleen nog worden uitgeoefend vanuit de huizen aan de Bierkade.Dure tussenpersonenDe bierstekers waren de dure tussenpersonen van hun tijd. Zij kochten het aangevoerde bier in en zorgden ervoor dat de inhoud van de vaten uiteindelijk terechtkwam bij herbergen, tappers en andere dorstige afnemers.Maar eerst moesten die zware vaten nog van boord. Daarvoor stond aan de kade een kraan waarmee de lading uit de schepen werd getakeld. De kraan zelf is allang verdwenen. Zoals wel vaker in een oude stad bleek de straatnaam een langer leven beschoren. De Kranestraat, die nog altijd op de Bierkade uitkomt, herinnert aan de kraan die hier ooit zijn werk deed.Dunne BierkadeDe Bierkade kreeg bovendien een kleiner broertje. In het verlengde ligt de Dunne Bierkade, waar speciaalbiercafé De Paas tegenwoordig is gevestigd.De gebruikelijke verklaring voor die naam is al even toepasselijk. Hier zou het lichtere en goedkopere 'dunne bier' zijn verhandeld. Het Haags Historisch Museum houdt die verklaring aan. Het Haags Gemeentearchief is iets voorzichtiger en merkt op dat dit verhaal in ieder geval al sinds het begin van de twintigste eeuw wordt verteld. Een andere verklaring zou zijn dat de gracht smaller was en dus dunner.Zeker is dat de omgeving in de zeventiende eeuw een levendig stukje Den Haag moet zijn geweest. Schepen voeren af en aan, goederen verdwenen van boord en handelaren, schippers en sjouwers bevolkten de kades. Tussen al die bedrijvigheid verrezen opvallend deftige huizen. Ook daar had Prins Maurits een hand in. Wie vanuit Delft of Rijswijk over het water of via de Wagenstraat Den Haag naderde, kreeg hier immers een van zijn eerste indrukken van de plaats. Maurits maakte zich er daarom sterk voor dat deze toegang tot Den Haag enige grandeur uitstraalde.Jan Steen, Jan van Goyen, Paulus PotterEn dat trok bijzondere bewoners. Tussen de namen die hier neerstreken, zitten er verschillende die we tegenwoordig vooral vanwege hun kunde met de kwast uit het Mauritshuis kennen. Kunstschilder Jan van Goyen woonde en werkte aan de Dunne Bierkade. Ook zijn schoonzoon Jan Steen en schilder Paulus Potter (opent in nieuw venster)verbleven hier. Van Goyen zette zelfs zijn eigen huis op zijn meesterwerk Gezicht op Den Haag. Wie vanaf de terrasboot, met een Omer, Orval of een andere creatie van onze zuiderburen binnen handbereik, naar de oude gevels kijkt, ziet nog altijd de herinneringen aan hun beroemdste bewoners. Het bier is al die eeuwen gebleven, alleen de kranen en schepen zijn verdwenen. Grote Gaper terug op Dunne Bierkade in Den Haag - Omroep West(opent in nieuw venster)
Waarom de Bierkade de Bierkade heet
De Internationale Dag van het Bier, deze vrijdag, is natuurlijk in de eerste plaats een marketingmiddel om het door menig volwassene geadoreerde alcoholische drankje in het middelpunt te zetten.












