Ik bivakkeer nog steeds met Eva en kinderen in de Achterhoek, in een boerderij van Vitesse-supporters. In de verte een dorre streep die vroeger, toen mijn vader er nog rivierkreeften in losliet, de IJssel werd genoemd. Nu zijn alle pontjes uit de vaart genomen vanwege de aanhoudende droogte, waardoor al onze fietstochten ineens over Doesburg gaan.

Doesburg is een leuk stadje met oude huisjes, een middeleeuws eethuis, een mosterdfabriek en een saai museum met een tentoonstelling over het doen en laten van de plaatselijke politie, maar verder kun je er niet zo veel. We zijn er nu zo vaak naartoe gefietst dat mijn dochters (10, 9 en 5) het stadje zijn gaan haten. We durven niet eens meer te zeggen dat we naar Doesburg fietsen. Ik durf ze niet te zeggen dat hun opa ook deels verantwoordelijk was voor het fietspad over de dijk. Hij moest vaak ‘proeffietsen’, met een meter en een broodtrommel onder de bagagedrager.

Vandaag gaan we daarom de andere kant op, naar het klimbos in Ruurlo, het kan nooit zo erg zijn als de Spelerij in Dieren, waar ouders op commando van hun kinderen speeltoestellen in werking moeten zetten en waar limonade zonder suiker 6 euro per kan kost.

Verder geniet ik met volle teugen van deze periode waarin het nieuws langs me heenglijdt. Als ik al word aangesproken gaat het over het weer en de waterstanden. Gisteren zette een man mij klem in de plaatselijke Plus met de vraag waarom NRC zo weinig aandacht besteedt aan de droogte en zoveel aan alle andere onzin. En dat ik me dat als zoon van een voormalig ambtenaar van de Dienst Water van de provincie Gelderland best mocht aantrekken. Mijn verweer, dat ik onafhankelijk opereer, maakte nul indruk.