Tussen ons vakantiehuis bij de duinen en het dorp loopt een fietspad in één rechte lijn. Het is de enige weg die ik de hele vakantie neem. Tien minuten ongeveer, van A naar B. Onderweg kom je langs een weiland met paarden, een melkveeboerderij en – dichterbij het dorp – een paar eilanderhuizen, zoals ze die noemen. Het is mijn lievelingspad, omdat het tijdelijk mijn enige pad is.
Ergens aan het eind van dat pad zit de enige visboer van Schiermonnikoog. Het is een uur of zeven ’s avonds en we eten een softijsje met spikkels. Vlak daarvoor ben ik met de veerboot aangekomen.
Vriendin D. heeft me opgehaald. Met mijn rolkoffer in haar fietstas fietsen we over mijn pad naar de visboer. We bestellen een biertje. De rest van het gezelschap – een gezin met twee kleine kinderen en een koppel – schuift even later aan.
Voor een paar dagen is het leven zo eenvoudig als het kan zijn. Voor alles wat we doen op een dag, zijn de opties beperkt. Overdag is de keuze: strand of duin. ’s Avonds: visboer of zelf koken. Ik beleef geen enkel avontuur. Ik vind een reden om heen en weer over mijn lievelingspad te fietsen.
Meer dan ik me van tevoren had voorgesteld, geniet ik van hoe weinig beslissingen ik hoef te nemen. Normaal gesproken heb ik keuzes in overvloed. Ik woon in Amsterdam (en ben me ervan bewust dat deze column vooral uit randstedelijke observaties bestaat). Van alles wat je maar wilt – restaurants, activiteiten, knappe mensen – zijn er daar honderden.






