Op vakantiepark Sandevoerde, verscholen in de duinen van Zandvoort, zijn de enige campinggasten dit jaar de dieren. Spiedend door de spijlen van het hek zie ik een vos lopen dwars over de verlaten paden en vanuit de hemel speurt een torenvalk biddend tussen de witte stacaravans naar zijn prooi. Geregeld, hoor ik van de beheerder, de enige achter het hek, lopen er nu herten over het terrein. „Want ja, als er geen mensen zijn…”
Het hek is op slot en dat blijft het, als het aan de campingeigenaar ligt, een grote investeringsmaatschappij. Tot ergernis van de circa tachtig bewoners, velen opgegroeid in de Amsterdamse Jordaan, die er al sinds de jaren vijftig ’s zomers hun eigen plekje hebben. Een stacaravan met tuintje en barbecue en alles erop en eraan. Sandevoerde is een begrip. De kleine Dries Roelvink dartelde er rond. Danny de Munk.
Ik kan toch ook niet zomaar een slot om jouw fiets doen? Maar wij kunnen nu dus niet bij ons eigendom
„Ben je hier op de fiets?” In de Nieuwe Leliestraat, hartje Jordaan, veert de 65-jarige Michel Failé op vanachter zijn zwartglanzende desk in zonnecentrum Tropics. Wijzend naar het fietsenrek achter het raam: „Nou, ik kan toch ook niet zomaar een slot om jouw fiets doen? Maar wij kunnen nu dus niet bij ons eigendom.”











