Arie Schutte staat te wachten bij de slagboom. Korte broek, wit hemd, tevreden blik. Zijn vrouw zit in het huisje op het vakantiepark achter hem, hij staat lekker in de schaduw te kijken naar passanten. Via de track-en-trace ziet Schutte dat wat hij besteld heeft, nadert in een PostNL-busje. Hij gaat altijd in Gelderland op vakantie. „Het is groen, rustig. En er zijn leuke braderieën en terrassen.”
Schutte past eigenlijk niet in dit verhaal. Want hij gaat altijd naar dezelfde plek op vakantie, vakantiepark Ackersate in Voorthuizen, in de zomer, en hij boekt niet last minute. Maar Gelderland is, in Nederland, wél de populairste bestemming voor Nederlandse vakantiegangers. Vooral de campings en vakantieparken op en rond de Veluwe en in de Achterhoek. En ongeveer de helft van de Nederlanders díe op vakantie gaan (79 procent, ergens in het jaar), blijft in eigen land, schreef het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige week.
Op vakantiepark Ackersate. Foto’s Dieuwertje Bravenboer
Toch zijn er ook in Gelderland dezer dagen nog veel plekken leeg. Zomervakanties lijken minder populair te worden. Slechts 52 procent van de bevolking zegt deze zomer weg te gaan, meldde ANWB vorig weekend. Vorig jaar zei 57 procent dat bij een soortgelijke enquête – hoewel uiteindelijk 72 procent in de zomer ging, volgens de CBS-cijfers. Wat men verwacht te doen is dus net anders dan wat men doet. ‘Met vakantie gaan’ is een brede definitie, van een lang weekend weg tot drie weken.













