Driekwart van de Nederlanders is op vakantie gegaan in 2025, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Opvallend is het flinke verschil in vakantiegangers tussen de verschillende inkomensgroepen.In de afgelopen vijf jaar is een duidelijke trend te zien: hoe hoger het inkomen, hoe meer de Nederlander op vakantie gaat.
Waar in de hogere inkomensgroepen het verschil ten opzichte van 2024 minimaal is, blijft de groep met laagste inkomens achter. Minder dan de helft van de Nederlandse huishoudens met de laagste inkomens, tot ongeveer 25.000 euro netto, gaat in 2025 op vakantie – zowel in binnen- als buitenland. Het jaar ervoor was dat nog ruim 57 procent. De rijkste huishoudens, die minimaal zo’n 75.000 euro verdienen, gaan juist massaal op vakantie: meer dan 92 procent ging in 2025 ten minste één keer op reis. Een half procent minder dan in 2024.
Van de 92 procent in de groep met de hoogste inkomens gaat ruim meer dan de helft op vakantie naar Nederland én buitenland. Nog geen tiende van hen gaat alleen in Nederland op vakantie. De verschillen zijn minder groot bij de laagste inkomensgroep, de meesten gaan naar het buitenland. In de derde groep, met hogere middeninkomens, gaat nog geen vierde alleen in Nederland op vakantie: de rest gaat ook, of alleen naar het buitenland.











