We fietsten door de Achterhoek, een onderschat gebied. De fietspaden waren niet allemaal verhard, het aantal mede-toeristen viel mee. Het enige gevaar kwam van ouderen van dagen die vanuit het niets opeens opdoken op hun elektrische fietsen. De verbijstering over de eigen snelheid in de ogen, soms wild gebarend recht op de kinderen af. Geen haar op ons hoofd die erover gedacht had om mijn moeder in haar laatste jaren zo’n fiets te geven, we waren allang blij dat we haar auto hadden kunnen afpakken, maar hier lijkt het wel een oefenterrein.

Door de hitte was de grond droog en waren alle veerpontjes uit de vaart genomen, waardoor de afstanden die we aflegden veel groter waren dan gepland.

We aten in Zelhem in een restaurant aan een rotonde, waar de porties nog ouderwets groot zijn. De Graafschap had er de laatste wedstrijd in de voorbereiding op het nieuwe voetbalseizoen verloren (1-5 tegen Excelsior, hahaha), dus we zaten tussen de vriendengroepen die bij elkaar worden gehouden door alcohol, eten en collectief gedragen verleden. Voor iemand die er geen vriendengroepen op nahoudt iets verschrikkelijks, maar ook jaloersmakend. De friet kwam in een houten klomp en daarna moesten we nog zestien kilometer naar het huis van bekenden.