Wat is ruiken? Wie denkt aan de mens – of een ander zoogdier – komt algauw uit op een zintuiglijke waarneming die plaatsvindt via de neus. Maar voor insecten gaat die omschrijving niet op: die ruiken doorgaans met hun antennes. Ook daar bevinden zich chemische receptoren, waarmee ze vluchtige organische stoffen kunnen opvangen uit de lucht. Maar sóms zitten de reukreceptoren bij insecten op heel andere plekken, schrijven Duitse biologen in het Journal of Experimental Biology. Zij ontdekten dat de tabakspijlstaart (Manduca sexta), een Amerikaanse nachtvlindersoort, ook kan ruiken met poreuze cellen langs de vleugelranden.
Sensilla worden ze wel genoemd, de zintuiglijke orgaantjes waarmee insecten niet alleen kunnen ruiken, proeven en voelen maar bijvoorbeeld ook verschillen in luchtvochtigheid en temperatuur kunnen waarnemen. De sensilla op insectenvleugels hebben uiteenlopende vormen en zijn zelfs van belang tijdens het vliegen, onder andere doordat ze luchtwervelingen detecteren.
Al langer was bekend dat bepaalde kever-, vliegen- en nachtvlindersoorten sensilla op hun vleugelranden hebben waarmee ze kunnen voelen én proeven. Dat proeven (ook wel omschreven als ‘contactchemosensatie’, het waarnemen van niet-vluchtige stoffen door direct fysiek contact) vindt plaats via één enkele porie in het uiteinde van de haarachtige sensilla. Zouden de insecten dan niet óók kunnen ruiken via diezelfde manier, vroegen de onderzoekers zich af. Eerder onderzoek bij gelekoortsmuggen wijst daar wel op, maar echt grondig was het nog niet onderzocht.







