Zoals roofdieren hun eigen strategieën hebben om prooien te vangen (besluipen, bejagen, gif spuiten) zo kennen ook vleesetende planten een uitgebreid wapenarsenaal. Je hebt de bekervallen, die argeloze insecten met allerlei geuren en kleuren in hun trechters lokken en ze dan langzaam verteren. De plakvallen, met kleverige druppeltjes waaraan geen ontsnapping mogelijk is. De zuigvallen, die in een waterrijke omgeving hun prooien vacuüm zuigen. En natuurlijk de klemvallen met hun pijlsnelle, meedogenloze dichtklapmechanisme.

Tot die laatste categorie behoort ook de venusvliegenvanger, Dionaea muscipula. Een plant uit de zonnedauwfamilie, met bladeren als dodelijke kaken: als er een insect landt op het verleidelijk roze oppervlak en tweemaal vlak achter elkaar de fijne tasthaartjes aanraakt, dan geven die een signaal af aan de plant en klapt het scherp getande blad vlijmscherp dicht.

Hoe kan het dat dat dichtklappen zo snel gaat? Daar brak zelfs Charles Darwin zich al het hoofd over, een kleine twee eeuwen terug. Dieren hebben spieren en bovendien meer flexibele cellen, die beweging vergemakkelijken. Maar de celwanden van planten zijn stug en stijf. Franse biologen schrijven nu in Science dat ze het raadsel hebben opgelost.