Stefan Duursma, gekleed in een fluorescerende regenjas, zet de vaart erin. De brugwachter fietst door Groningen, langs de Prinsentuin en de Stadsschouwburg, aan zijn linkerhand de grachtengordel die de binnenstad omringt.

Bij de Maagdenbrug schiet hij een stoepje op. Ja, hij trapt door, zegt de brugwachter als hij is afgestapt. „Een auto heeft een rem, een schip niet.” Zonder hem ligt het scheepvaartverkeer stil. En zien de toeristen in de rondvaartboot die volgens planning elk moment de brug kan passeren dus maar weinig.

„Kijk, daar komt onze klant”, zegt de brugwachter, en draait zich om richting het bedieningskastje aan de voet van de brug. Zodra verderop de halfoverdekte rondvaartboot in de bocht van de Diepenring verschijnt, begint zijn werk.

Duursma (52) is een van de negentien brugwachters van de gemeente Groningen. Hij en zijn collega’s bedienen de 74 bruggen binnen de grenzen van de Hanzestad. Een beroep dat steeds verder uit het straatbeeld verdwijnt: in de loop der tijd verruilden de meeste brugwachters het brugwachtershuisje voor bediening op afstand.

Zo niet in Groningen.