Iedereen weet dat oude(re) mensen graag mopperen. Hoofdschuddend kijken ze naar de wereld waarin ze veel verkeerds ontwaren, hun eigen achterhaalde expertise zetten ze te pas en te pas in omdat ,,jonge mensen dat tegenwoordig niet meer schijnen te weten”.
Zo iemand wil je niet worden, laat staan zijn.
Ik lees Wereld en wandel van Elizabeth Costello van J.M. Coetzee, waarin uitgeverij Cossee alle verhalen van Coetzee over de Australische schrijfster Elizabeth Costello heeft verzameld. De meeste ken ik wel, de meeste heb ik al wel een paar keer gelezen want ik vind ze interessant en rijk en vreemd, je zou best een Elizabeth Costello-leesclubje willen hebben en verhaal voor verhaal bespreken.
Maar daar gaat het nu even niet om, op pagina 222 las ik dit: ‘,,Wat ik griezelig vind nu ik ouder word”, zegt ze tegen haar zoon, ,,is dat ik woorden over mijn lippen hoor komen die ik vroeger van oude mensen hoorde en die ik zwoer zelf nooit te zullen gebruiken. Waar-gaat-het-heen-met-de-wereld-dingen.”’ Ze geeft voorbeelden, ergernissen over grammatica of eten op straat. Slechte manieren. Luidruchtigheid.
Hm. Ik zie mezelf mijn wenkbrauwen fronsen als een jongen voorbijfietst met een luidspreker waaruit keiharde muziek klinkt. Er volgt interne correctie: ‘hij heeft plezier, je hebt er geen last van’, maar toch.






