Ik las deze week een van de columns terug van Volkskrant-columnist Marcia Luyten. Die column had zó treffend verwoord wat sommige lezers voelen, dat mensen deze zelfs maanden na verschijning nog delen in hun netwerken, en de tekst zelfs op posterformaat aan de muur of voor hun raam hangen.
Dan ben je echt goed als columnist.
Verzet je, schrijft Luyten in die column. Abonneer je op een kwaliteitskrant. Bezoek de bibliotheek. Doe vrijwilligerswerk. Koop lokaal. Eis schoonheid en troost. Aai je hond, je kat, je geliefde. Tirannie gedijt bij woede, liefkozen is sabotage.
Ook bij mij raakte haar oproep een snaar. Hij irriteerde me mateloos, dat doen goede columns soms. Maar waarom toch? Was het de echo van het ‘alleen maar liefde’-adagium dat niet zo heel lang geleden nog door antivax-yogamoeders werd gebruikt als daad van verzet tegen de coronamaatregelen? Ik vermoed dat de mensen die nu de poster met Luytens oproep ophangen tóén juist woedend waren.
Of ergerde ik me omdat al dat verzet toevallig bestond uit precies die dingen die Marcia Luyten waarschijnlijk zelf ook al deed? Wat zegt zo’n poster voor het raam? ‘Kijk mij eens even aan de goede kant van de geschiedenis staan? Kijk ons soort mensen even verzet plegen met onze boeken en kranten en lidmaatschappen. En kijk toch die andere mensen, die zich niet bij dat verzet aansluiten. Deden ze maar meer als ik.’













