Geen inspirerender plek voor het schrijven van een column dan een subtropisch zwemparadijs op een verregende Hemelvaartsdag. Men kijkt wel wat vreemd op van een mevrouw met haar laptop tussen de spetterende mensen, maar je moet wat op de zoveelste schoolvrije dag. De kinderen zijn vrolijk aan het plonzen, het massale gekrijs is tot een monotone brij geluid verworden, ik zit te zweten in mijn bikini, u ziet het kortom voor zich, neem ik aan.
Geen logische setting om aan het WK handbal te denken, maar toch laat het bericht dat ik voor aanvang van de kwalificatieduels tegen Griekenland las me niet los. „Als we het WK niet halen hebben we gefaald”, luidde de kop.
Oef, dacht ik, de druk is AAN. En: volgens mij is deze benadering niet de slimste. Ik ben geen handbalspecialist, maar wel bovenmatig geïnteresseerd in sportpsychologie, al sinds ik Rico Schuijers ooit sprak, misschien wel twintig jaar geleden. De sportpsycholoog had het over cirkels. Nu zouden we het ‘focus op je taak’ noemen – dat hoor je topsporters tenminste regelmatig zeggen.
Je presteert het best als je in de binnenste cirkel blijft met je aandacht, legde Rico me toen uit. Dan focus je op je taak en ben je bezig met het hier en nu, zonder afgeleid te worden door gedachten die niet bijdragen aan de prestatie op dat moment. Alleen dan lukt het zo vrijuit mogelijk te presteren. Daar omheen ligt cirkel 2. In die cirkel laat je meer gedachten toe. Bijvoorbeeld: wat als ik nu niet scoor? Dat is geen constructieve gedachte, omdat je al bezig bent met het resultaat.







