Zwetend sta ik in een boekhandel. Ik draag mijn lievelingstrui, heb me vanochtend geschoren en een lekker geurtje opgedaan. Vandaag wilde ik zo goed mogelijk voorbereid zijn. Bij de tafel met pas verschenen boeken ga ik op jacht. Bij de kassa staan twee jonge vrouwen om te betalen. Een oudere vrouw snuffelt met een chagrijnig gezicht in de aanbevolen boeken. Bij de crimeafdeling staat een man in een jack van een bedrijf, hij heeft twee misdaadboeken in zijn handen. Ik haal diep adem, raap al mijn moed bij elkaar en ga op hem af.
„Ehm, leest u veel misdaadboeken?”
Daar sta ik dan, een hoopje ellende met een wit weggetrokken gezicht, terwijl ik probeer mijn score te verhogen. Dat is mijn missie voor vandaag: zoveel mogelijk vreemden aanspreken. Het is makkelijker gezegd dan gedaan.
Sven Fröhlich is journalist.
We zijn het verleerd elkaar te ontmoeten en contact te maken. We bestellen kleding online, kijken in ons eentje naar een film, gaan minder vaak naar kantoor. We lopen door de binnenstad met een smartphone en koptelefoon. De hele wereld heeft het intussen over eenzaamheid. Over een epidemie. Het Verenigd Koninkrijk heeft een aparte minister voor eenzaamheid. En de Wereldgezondheidsorganisatie schrijft bijna een miljoen sterfgevallen per jaar toe aan de gezondheidseffecten van eenzaamheid.






