Ik zit in een rustige sprinter als er plots een conducteur druk bellend en zoekend langsloopt. „Ik ben nu in het achterste treinstel.” Hij pakt een keurige kledinghoes van een lege stoel iets van mij vandaan en gaat verder met zijn telefoongesprek: „Ja, ik heb het gevonden.” Hij ritst het pakket open. „Er zit inderdaad een colbert in met een nette broek.” Hij voelt wat aan het jasje, rommelt verder in de tas en kijkt nog eens om zich heen. „Nee, die twee ringen zie ik niet liggen.”Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via ik@nrc.nl