Op een druilerige herfstavond vond ik mezelf na een half jaar uitputting en slapeloosheid terug in een Haagse theaterzaal. Ik had me naar een concert gesleept van Hiromi’s Sonicwonder, een jazzcombo dat de zaal overdonderde met technisch verbluffende en toch ontroerende fusion from outer space – de twee oudere jazz cats voor mijn neus gingen er zo in op dat ze elkaar na de laatste toegift van geluk in de armen vielen. Niemand greep naar zijn telefoon.

Wat een wonder weer iets te voelen! Gezien eerder genoemde uitputting, maar ook omdat ik me er – misschien juist daardoor – scherp van bewust was hoezeer we gepantserd zijn. Vanwege de staat van de wereld en het tapijtbombardement van reclame, nieuws, hype en propaganda vaak over ons uitgestort via dezelfde sociale media die ons medeplichtig maken aan de verspreiding ervan. Dat verdragen vergt iets. Oogkleppen. Cynisme. Apathie. Een behoedzaamheid die, hoewel essentieel voor ons geestelijk welzijn, volgens de Canadese filosoof J.F. Martel het begin heeft ingeluid van „een ongekende psychische ijstijd”. Waar apathie heerst, schrijft hij, zijn de „sterken” degenen die zich erop kunnen laten voorstaan dat niets hen raakt. „Afstomping en stompzinnigheid worden behartenswaardige eigenschappen, en elke gepassioneerde betrokkenheid bij het leven wordt reden voor schaamte.”