De Amsterdamse massage-arts Johan Mezger (1838-1909) is een vrijwel geheel vergeten historisch figuur. Geen straat of gebouw is naar hem vernoemd, hij staat zelfs niet vermeld in een van de vele handboeken over Amsterdamse en Nederlandse geschiedenis. Een borstbeeld in het centrum van de Zeeuwse badplaats Domburg is het enige publieke monument dat aan hem herinnert. En dat terwijl in de negentiende eeuw de kranten niet uitgeschreven raakten over deze slagerszoon, die uitgroeide tot een van de beroemdste én rijkste societyartsen van zijn tijd, iemand zelfs op wie de hoop van meerdere Europese vorstendynastieën was gevestigd.
Hoe kon iemand uit een Amsterdams middenstandsmilieu tot zulke grote hoogten stijgen, om vervolgens weer volkomen in de vergetelheid te geraken? Historicus Peter Jan Margry – die in zijn jeugd op vakanties naar Domburg onder de indruk raakte van Mezgers borstbeeld – zocht het tot op de bodem uit en stuitte op een fantastisch levensverhaal.
De jonge Mezger raakte in de slachterij van zijn vader, middenin de Amsterdamse Jordaan, gefascineerd door de lichaamsstructuur van dieren. Maar hij volgde zijn vader niet op. Hij werd leraar gymnastiek, een nieuw vak dat rond 1850 door vooruitstrevende hygiënisten niet alleen ter voorkoming, maar ook ter genezing van lichamelijk letsel werd gepropageerd. Geïnspireerd door Zweedse en Franse artsen ontwikkelde Mezger op zijn school een eigen therapievorm, waarbij het hem vaak lukte om blessures van leerlingen door massage te verhelpen.









