Historicus Adriejan van Veen (41) draagt de gynaecoloog die hem verwekte mee in zijn gezicht. Als hij de deur van zijn Arnhemse rijtjeshuis opendoet, zien we de gelijkenis meteen: een smal, rechthoekig hoofd met ernstige ogen. Van Veen is een van de Nederlanders die zijn verwekt met het zaad van de behandelend vruchtbaarheidsarts van zijn moeder, in plaats van met zaad van een anonieme donor, zoals aan zijn ouders was beloofd.
Bij Van Veen heette die gynaecoloog Jan Wildschut. Hij werkte van 1981 tot 1994 in het Sophia Ziekenhuis in Zwolle. Bij zeker 61 anderen heeft Wildschut ook zijn eigen sperma gebruikt. „Zoveel halfbroers en halfzussen zijn er inmiddels gevonden, maar we verwachten er nog meer.”
Jan Wildschut is maar één zo’n sjoemelende gynaecoloog. Je hebt ook, in willekeurige volgorde: Jan Karbaat, Alex Schmoutziguer, Jos Beek, Henk Ruis, Henk Nagel en Ed Goormans. De klinieken en ziekenhuizen waar deze mannen werkten, hebben hun namen de afgelopen jaren geopenbaard, zodat wensouders die bij hen vruchtbaarheidsbehandelingen hebben gehad of kinderen die er zijn verwekt, vragen kunnen stellen.
Het wordt steeds duidelijker dat in ieder geval van de jaren zestig tot en met het begin van dit millennium gynaecologen stelselmatig hebben gefraudeerd in hun behandelingen, op allerlei manieren. Hierdoor is er een grote groep mensen die – vaak na een dna-test bij de relatief nieuwe commerciële databanken – ontdekt dat hun genetische vader iemand anders is dan zij altijd dachten. Voor het eerst doet een Nederlandse historicus onderzoek naar gynaecologen die hun eigen zaad gebruikten, of ander zaad dan beloofd. Wat dreef hen? En hoe groot was dit probleem?







