Waarom zou je, de vraag moet gesteld worden, een vuistdikke biografie lezen over een vrijwel vergeten figuur, die bovendien in alle opzichten een onverbeterlijke klootzak was? Zelfs in zijn eigen land Frankrijk doet de naam Markies de Morès (1858-1896) tegenwoordig nauwelijks meer bellen rinkelen. Hij lijkt door de kieren van de geschiedenis gevallen.

Geen groot verlies dus, op het eerste gezicht – dit korte, bizarre leven was een aaneenschakeling van schandaaltjes en mislukkingen. Er valt ook niets aan de man te rehabiliteren, ook bij nader inzien blijft hij een afstotelijke figuur. Politiek was hij een dwaallicht en een onvermoeibare, zij het ook onverschrokken haatzaaier. En toch is The First Fascist, het boek dat de Italiaanse historicus Sergio Luzzatto over de Franse markies schreef, een meesterlijk boek, ik heb het verslonden. Het laat overtuigend zien dat juist tweede- of derderangs figuren in de geschiedenis vaak meer licht kunnen werpen op een tijdperk dan de bijgezette boegbeelden. En misschien, dat ook, kunnen we van egomane oproerkraaiers uit het verleden op dit moment iets leren over onze eigen tijd.

Bovendien is de levensloop van Antoine de Vallombrosa, de Markies de Morès, kleurrijk genoeg, je mond valt open. Afkomstig uit een meer dan voornaam geslacht met wortels op Sardinië groeide hij op in rijkdom. In de tuinen van de familievilla in Cannes was de latere Duitse Keizer Wilhelm II een van zijn speelkameraadjes. Op de prestigieuze militaire academie St Cyr blonk hij vooral uit in gokken en rokkenjagen. Hij had iets met paarden en kwam uiteindelijk bij de cavalerie terecht. Hij werd gelegerd in Noord-Frankrijk, waar hij weinig glorieus werd ingezet om stakende arbeiders in het gareel te krijgen.