Als ultieme landverrader, zo zou ir. Anton Mussert (1894-1946) de geschiedenis ingaan. De leider van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) stond symbool voor het ‘foute’ deel van het Nederlandse volk dat tijdens de Tweede Wereldoorlog actief met de Duitse bezetter had gecollaboreerd.

Toch is het beeld van Mussert in de geschiedschrijving niet zo eenduidig. Loe de Jong zag hem vooral als een typisch Nederlandse kleinburger die parmantig de rol speelde van fascistisch leider, maar geen ideologische gedrevenheid kende. Biograaf Jan Meyers kwam in 1984 tot een vergelijkbaar oordeel over de – ook bij hem – ‘burgerlijke’ Mussert.

Door latere NSB-experts is dit licht bagatelliserende beeld nogal aangepast. Zij stelden dat Mussert, die met zijn tante trouwde en met zijn achternichtje een verhouding had, juist allerminst een burgerlijk type was. Sterker, vanaf het begin was hij een overtuigde fascist, die zich vanaf de tweede helft van de jaren dertig op zwaar antisemitische wijze zou uiten. Bovendien verrijkte hij tijdens de oorlog zichzelf en zijn familie op exorbitante wijze, onder meer door huizen van gedeporteerde Joden voor spotprijzen op te kopen.

Het was dus goed te begrijpen én toe te juichen dat Auke Kok zijn tanden besloot te zetten in een nieuwe biografie, die hij niet alleen wilde baseren op de nieuwste inzichten maar ook op een vracht aan nauwelijks ontgonnen archiefmateriaal bij het NIOD. Kok is een narratief historicus pur sang, die als geen ander de kunst verstaat om complexe geschiedenissen op zo’n manier op te schrijven dat het lijkt alsof hij je in de kroeg een kleurrijk verhaal vertelt dat tot het eind blijft boeien. Eindelijk zou de definitieve Mussert-biografie geschreven worden. Of, in de woorden van Kok, „een zo waarachtig mogelijk portret van de man die dacht zijn land te moeten redden met een Nationaal-Socialistische Beweging”. Niet op Mussert neerkijken, maar hem serieus nemen.