Ruim een half miljoen euro. Zoveel betaalden kopers het afgelopen kwartaal gemiddeld voor een woning. Makelaarsvereniging NVM, die deze week zijn kwartaalcijfers over het voorjaar bekendmaakte, becijferde de gemiddelde verkoopprijs tussen april en juli op 506.000 euro.
Vijf ton. Dat bedrag spreekt velen tot de verbeelding. Maar wat zegt zo’n gemiddelde transactieprijs nu eigenlijk? Geen woning is immers hetzelfde en de prijzen die worden gevraagd én betaald hangen van veel factoren af.
Om de gemiddelde verkoopprijs per regio uit te rekenen, gebruikt de NVM een „gewogen gemiddelde van de mediane transactieprijs”. Zo filteren de makelaars extreem goedkope en dure woningen uit de statistiek. Dit voorkomt dat de verkoop van één kapitale villa de gemiddelde huizenprijs in een kleinere plaats door het plafond laat gaan.
Makelaars werken bij het vergelijken van huizen vaak met de prijs per vierkante meter woonruimte. De locatie is daarin een belangrijke – zo niet de belangrijkste – graadmeter. Een rijtjeswoning in Laren zal doorgaans een hogere vraag- en transactieprijs hebben dan exact dezelfde woning in Noordoost-Groningen.
Locatie zegt ook niet alles. De bouwkundige staat van het huis en het energielabel tellen in toenemende mate mee. Een verouderd appartement in het historische centrum van Utrecht kan zomaar een lagere koopsom opleveren dan een energiezuinige nieuwbouwwoning aan de rand van de stad. Ook loopt de prijs per vierkante meter niet recht evenredig mee met de omvang van de woning; de eerste 150 vierkante meter kosten doorgaans meer dan de laatste 150.













