Tien jaar geleden zei de zingende Schot Paolo Nutini tijdens zijn optreden op de 40ste editie van North Sea Jazz met een semi-verontschuldigend gezicht tegen zijn publiek: „You may have guessed it, but there is not much jazz here.”
De singer-songwriter was in 50 jaar North Sea Jazz niet de enige. Van rappers tot folkzangers en van jaren-tachtig-pophelden tot nieuwe soultalenten: regelmatig gaven popartiesten op het podium aan dat ze toch enige druk voelden met hun boeking op het grootse jazzfestival met die zo kleurrijke geschiedenis. Alsof ze per ongeluk waren toegelaten op een zeer verheven bijeenkomst waar ze eigenlijk niet thuishoorden.
Maar popmuziek heeft in de meest kleurrijke breedte, van uitbundig feestelijke hitrevues tot progressieve elektronica, en van soul, funk en R&B tot aan hiphop, latin en afrobeats, al vanouds een belangrijk aandeel in het succes van North Sea Jazz.
Festivaloprichter Paul Acket had al in 1976 een ‘sandwichformule’ voor ogen waarbij het festival in een bewust zo breed en divers mogelijk opgezet muzikaal programma mikte op jazz, experiment en artistieke diepgang, en op de bij de massa populairdere publieksact. Die programmamix is inmiddels al vijftig jaar een solide basis voor wat uitgroeide tot een van de grootste en belangrijkste muziekfestivals van Nederland.














