Oorsprong & groei
1Het Begin
Paul Acket in 1979: „Alles wat goed is, moet te zien zijn op ons festival.” Foto Vincent Mentzel
Tijdens een zomer in Nice bezochten impresario Paul Acket en zijn vrouw een openluchtfestival van collega George Wein. Op drie podia klonk tegelijk jazz, publiek dwaalde rond zonder vaste zitplaatsen. Acket vond het een prachtidee. De Ackets hadden net hun bladen Muziek Expres en Popfoto verkocht aan de VNU en besloten een eigen festival te beginnen: North Sea Jazz, in zes zalen van het Nederlands Congresgebouw in Den Haag. „Alles wat goed is, moet te zien zijn op ons festival”, vond Acket. Zijn vrouw hield het praktisch: „Maar niet in de openlucht, want de kans op regen is te groot.”
De eerste editie in 1976 bracht meteen Sarah Vaughan, het Count Basie Orchestra, Ray Charles, Sun Ra en Dizzy Gillespie naar Den Haag. Een succes was het nog niet: slechts vijfduizend bezoekers in drie dagen, verlies voor de organisatie en gemopper van jazzpuristen over de commerciële, massale opzet. Maar de Paul Acket Agency zette door, met extra zalen en tenten op het dak – want: „Alles wat goed is, moet te zien zijn op ons festival.” Inmiddels trekt North Sea Jazz, al sinds 1993 met alle draaiboeken verkocht aan Mojo Concerts, jaarlijks ruim 90.000 bezoekers, zo’n 1.300 artiesten op dit jaar 17 podia en geldt het als het grootste indoor jazzfestival ter wereld, met ook pop, soul, funk, blues en latin.















