Het waren vooruitstrevende geesten, de schrijvers van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring, die exact 250 jaar geleden de oprichting van de Verenigde Staten betekende. Kinderen van de Verlichting, die het belang van individuele vrijheid, autonomie en gelijkheid erkenden. Maar de schrijvers, onder wie Thomas Jefferson, Benjamin Franklin en John Adams, waren vanuit het perspectief van de 21e eeuw ook kinderen van hun tijd, die niet in staat waren de hooggestemde idealen van hun tekst toe te passen op hun dagelijks leven. Kijk bijvoorbeeld naar hun visie op slavernij, waar de meeste founding fathers uitbundig aan meededen. Toch schreven ze: ,,Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen als gelijken worden geschapen, dat zij van hun Schepper onvervreemdbare rechten hebben gekregen, en dat zich daaronder bevinden: leven, vrijheid en het nastreven van geluk.”
De Verenigde Staten zijn altijd een ambigu project geweest, het ambigue zat er al vanaf het begin in. Vandaag is daar in de kern niets aan veranderd. Het is het land van hooggestemde idealen, optimisme en hoop. Maar evengoed het land van verraad, pessimisme en cynisme. Tegenover al het goeds dat de VS de wereld hebben gebracht, staat ook immens veel negatiefs. En dat maakt het land verheerlijken, of alleen verwerpen, zo nutteloos.












