Emilie van Outeren over Demon Copperhead van Barbara KingsolverWervelwindvertelling over het leven in de marge van de Verenigde Staten
De Verenigde Staten anno 2026 willen begrijpen, blijft een poging de (her)verkiezing van de huidige president te bevatten. En waar mogelijk een glimp op te vangen van wie en wat daarna komt. Boekenkasten vol non-fictie zijn geschreven om uiteengespatte ‘Amerikaanse dromen’, uitzichtloosheid, ressentiment en opportunisme te doorgronden. En daarmee de Trump-stemmer.
Eén van de vroege duiders van de populistische aantrekkingskracht was, destijds ‘Never Trumper’ en tech-investeerder, JD Vance. Hij schreef Hillbilly Ellegy (2016), zijn memoires over opgroeien in deïndustrialiserend Ohio en de zwelgende lamlendigheid die hij daar zag, onder meer bij zijn verslaafde moeder. Vance noemde Trump destijds „culturele heroïne”: korte termijn verlichting, maar eerder een probleem erbij dan een oplossing. Inmiddels is vicepresident Vance zelf een drugsbaron.
De realiteit kan gekker zijn dan fictie, maar niet mooier. „Als een moeder in haar eigen pis en pillen ligt, terwijl het kind dat ze net geworpen heeft tikken krijgt om een teken van leven te geven, is de bastaard waarschijnlijk gedoemd.” Zo begint – in mijn eigen vertaling – het leven van Damon Fields, de hoofdpersoon van Demon Copperhead van Barbara Kingsolver. De roman is een wervelwindvertelling over leven in de marge van de Amerikaanse maatschappij.













