„Een jaar of zeven geleden was ik in Thailand om een vriend op te zoeken. Ik had een hectische periode achter de rug en zat dicht tegen een burn-out aan. In een toeristisch boekwinkeltje in Bangkok vond ik toen Siddhartha van Hermann Hesse. Ik kende zijn naam, maar had nooit iets van hem gelezen. Ik zocht toen zelf naar betekenis en vond die in dit boek. Want Siddhartha, die in de tijd van Boeddha leeft, is voortdurend op zoek naar ‘het ware zelf’.

Eigenlijk is dit boek een coming-of-age-verhaal over zoeken zonder te vinden. Dat herkende ik. Na Siddharta heb ik alles van Hesse gelezen.Mijn exemplaar was een misdruk. Er ontbraken drie pagina’s, waardoor ik ineens tien jaar vooruit sprong in het verhaal. Dat was juist interessant, omdat je dan geen context hebt bij het verstrijken van de tijd. Later ontdekte ik dat juist die ontbrekende pagina’s naar het tweede deel van het boek toe werkten.

Onlangs kocht ik een nieuw exemplaar, zodat ik ook die ontbrekende pagina’s kon lezen. De boekhandelaar vertelde dat Siddhartha de laatste tijd weer populair was, vooral onder jonge mannen in overhemden met luxe horloges, een beetje de Forum voor Democratie-types, volgens hem. Hij vond het grappig dat ik Hesse ook zo cool vond. Met dat gegeven las ik het boek ineens heel anders. Want ik sta politiek lijnrecht tegenover die gasten, al snap ik op zich nu ook de overeenkomsten. In die extreemrechtse hoek zijn ze op zoek naar zingeving en bestaat er interesse in spiritualiteit. In mijn linkse bubbel wordt daar vaak wat lacherig over gedaan; alles wordt er gerationaliseerd. Terwijl ook ik veel heb gehad aan spiritualiteit en boeddhisme. Ik denk dat dit ook voor Hesse gold.