„Voor mij geldt: als een boek niet goed genoeg is om twee keer te lezen, was het eigenlijk ook niet de moeite waard om één keer te lezen. Ik heb zelfs een soort persoonlijke top honderd. Boeken die daar eenmaal in staan, lees ik steeds opnieuw. Antifragiel van Nassim Nicholas Taleb is daar een van.

De eerste keer dat ik het las was tijdens de eerste maanden van de coronapandemie, in april 2020. Ik zat toen met een start-up in Amsterdam. Het was een onzekere tijd: niemand wist hoe het zou aflopen, of het bedrijf het zou redden. Tegelijk gebeurde er van alles in de maatschappij wat ik niet goed kon begrijpen. In die chaos zocht ik naar iets dat meer overzicht gaf en besloot Antifragiel te lezen.

Dat was een bijna koortsachtige ervaring. Ik heb vaker boeken gelezen waarvan ik dacht: dit gaat mijn leven veranderen, maar dit boek was anders. Het zette me aan tot schrijven. Ik had ineens het gevoel: dit kan dus, zo kun je ideeën combineren met verhalen en cijfers. Achteraf durf ik te zeggen dat dat het begin is geweest van waar ik nu sta.

Een belangrijk idee uit het boek is het onderscheid tussen fragiel, robuust en antifragiel. Fragiele dingen kunnen slecht tegen druk of onzekerheid: een wijnglas valt en breekt. Robuuste dingen kunnen tegen een stootje, maar veranderen niet echt: een plastic beker valt en blijft heel. Maar antifragiele systemen doen iets anders — die hebben spanning, chaos of tegenslag juist nodig om beter te worden.