Het geschatte woningtekort in Nederland is het afgelopen jaar opnieuw licht gedaald, hoewel het nog altijd hoog te noemen is. Het is voor het tweede jaar op rij dat het woningtekort daalt; het komt voor 2026 uit op 384.000 woningen, wat 4,6 procent van de totale woningvoorraad is. De belangrijkste redenen zijn het teruglopende migratiesaldo en het versnelde tempo waarin woningen worden gebouwd en getransformeerd.
Dat blijkt uit een jaarlijkse raming van ABF Research, die woensdag aan minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting, D66) en de Tweede Kamer wordt aangeboden.
In 2025 kwam het tekort nog uit op 4,8 procent of 396.000 woningen. Om de woningmarkt in beweging te houden, streeft het kabinet naar een woningtekort van rond de 2 procent. Om dat in 2026 te behalen, zijn er volgens ABF Research per direct 213.000 woningen nodig.
Het woningtekort wordt in grote lijnen bepaald door twee variabelen: de geschatte bevolkingsgroei en de jaarlijkse nieuwbouwaantallen. In 2018 waren er nog 262.000 woningen tekort (3,4 procent van de woningvoorraad), maar dat liep al snel op tot een piek in 2024. Toen ging het woningtekort voor het eerst door de 400.000 heen.
Voor dit jaar berekenden de onderzoekers dat de Nederlandse bevolking iets minder snel groeit dan eerder werd aangenomen. Omdat het geboortecijfer al jaren min of meer gelijk is, wordt de bevolkingsgroei vrijwel geheel bepaald door migratie; als er minder expats, asielzoekers en andere migranten naar Nederland komen, zijn er ook minder woningen nodig. Hier beleid op maken is lastig, zo schetst ABF. Door oplaaiende conflicten in het buitenland kan het migratiesaldo ineens flink oplopen, zoals sinds 2011 na de oorlog in Syrië en in 2022 na de Russische inval in Oekraïne.












