De groei van de inkomens en het beperkte woningaanbod stutten de prijzen wel, meldt de bank in een rapport. Volgens de economen is er weinig ruimte om de vraag verder op te stuwen, omdat veel huishoudens al aan hun maximale leencapaciteit zitten. Daarnaast verwachten zij dat de loongroei dit jaar en volgend jaar afzwakt. Ook zijn mensen door economische onzekerheden minder bereid om spaargeld in te zetten voor de aankoop van een woning.
Verder ziet ABN AMRO de prijsverschillen tussen de Randstad en landelijke regio's zoals Zeeland, Friesland, Groningen, Drenthe en Limburg steeds kleiner worden. "In deze regio's stegen de huizenprijzen sinds 2020 veel sneller dan in de Randstad", zeggen de bankeconomen. "In landelijke gebieden stijgen de prijzen nog steeds relatief hard, terwijl de prijsgroei in steden juist afvlakt."
Het onderzoek laat ook zien dat een groter woningaanbod de komende jaren hard nodig blijft. Tegelijkertijd is dat een knelpunt, doordat het stroomnet op veel plekken in het land overvol is. Door de energietransitie kunnen nieuwe woningen vaak niet worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Daarnaast investeren beleggers steeds minder in woningen als gevolg van belastingwijzigingen zoals het nieuwe box 3-stelsel.









