Buitenlandse beleggers laten door het versoberde investeringsklimaat de Nederlandse woningmarkt in grote mate links liggen. En dat kost jaarlijks zo’n 4.200 niet-gebouwde huurwoningen in Nederland, zo berekende marktonderzoeker Capital Value. Dat kan het kabinet er niet bij hebben; al jaren slaagt het er niet in de bouwambitie van 20.000 betaalbare huurwoningen per jaar waar te maken.
Om de totale jaarlijkse bouwambitie van 100.000 woningen te realiseren, is volgens IVBN, de branchevereniging van institutionele beleggers (pensioenfondsen en verzekeraars), zo’n 40 miljard euro nodig. Dat geld kan niet allemaal door woningcorporaties en binnenlandse beleggers worden opgebracht, maar moet ook uit het buitenland komen. Dat is de afgelopen jaren ook zo geweest; oud-woonminister Stef Blok (VVD) zette vol in op het aantrekken van buitenlandse beleggers door veel regels te schrappen en belastingvoordelen te gunnen aan buitenlandse investeerders.
Die pendule zwaaide de afgelopen jaren volledig de andere kant op. Zo ging de overdrachtsbelasting voor investeerders in twee grote stappen omhoog. Het fiscale klimaat voor institutionele beleggers uit het buitenland werd eveneens flink aangescherpt. Om net als Nederlandse pensioenfondsen in aanmerking te komen voor vrijstelling voor de winstbelasting, moeten buitenlandse beleggers qua structuur zo goed als identiek zijn aan Nederlandse pensioenfondsen. In de praktijk blijkt het erg lastig daaraan te voldoen, waardoor een uittocht ontstond van buitenlandse beleggers op de Nederlandse woningmarkt.














