Ook al leek het onmogelijk, haar nieuwe boek moest en zou er een worden met een mooi rechthoekig gat erin. Leven in Mootjes (Maud wordt uitgesproken als moot) bevat een selectie van de cursiefjes die schrijver, dichter en performer Maud Vanhauwaert afgelopen jaren schreef voor de Vlaamse krant De Morgen. Die stukjes van amper 200 woorden zijn kleine tranches de vie, overpeinzingen over het leven, vaak met een woordspel en subtiele verwijzingen naar de actualiteit. Ze bekijkt de wereld graag vanuit een ongebruikelijk standpunt, niet zelden spelen haar kleine kinderen en haar vriendin een hoofdrol. Soms maakt ze een sprookje of parabel van de actualiteit.
Ze kan zich goed vinden in het begrip ‘perspectivische lenigheid’ van de Nederlandse filosoof Lammert Kamphuis: wijsheid als het vermogen om iets vanuit een ander perspectief te bekijken. „Dat is de wijsheid die ik nastreef”, zegt Vanhauwaert. Dat levert bizarre ideeën op als het voorstel om donkerblauwe truien op de markt te brengen, met een grote witte letter L op de rug, naar analogie met de L voor leerling-chauffeurs, om aan te geven dat we allemaal maar wat aanmodderen en leerlingen zijn in dit leven.
Vanhauwaert debuteerde in 2011 met de poëziebundel Ik ben mogelijk, over de zoektocht naar een identiteit. In 2014 werd ze tot haar eigen verbazing finalist in het Leids Cabaret Festival. Echte bekendheid kreeg ze vanaf 2018 als stadsdichter van Antwerpen, waarbij ze probeerde poëzie een duidelijkere plaats in de openbare ruimte te geven. Haar eerste grote daad was een optocht met allemaal in het wit geklede mensen, met onbeschreven protestborden. Een vorm van stil protest, wandelende witruimte. Het zal een terugkerend thema worden in haar werk. Haar tijd als stadsdichter mondde uit in het fraai vormgegeven boek Het stad in mij, waarvoor ze in 2020 de Jan Campert-prijs kreeg.






