Fiep, dat is Fiep Westendorp. En Ed, dat is Ed van der Elsken. Maar ze zijn voor iedereen Fiep en Ed. Hun voornamen zijn genoeg, zo vertrouwd voelen ze voor een publiek dat groot is en dat generatie na generatie met hun werk is vergroeid. Het Rijksmuseum gaat hun beider werk tentoonstellen, hoorde ik een tijdje terug. En ik dacht: die twee samen, dat is een prachtidee. De nozem en de dame, geworteld in dezelfde bodem. Tijdgenoten. Weliswaar scheelden ze tien jaar, maar ze ontbloeiden eensgezind in de jaren vijftig en brandden los in de jaren zestig, waar naoorlogse levenslust hun kunst tatoeëerde. Allebei gingen ze de werkelijkheid te lijf. Op het eerste oog heel anders. Ze zijn zo anders en ze zijn zo verwant. Hoe kan dat? Welke echo’s over en weer zou het Rijks blootleggen? Pluk in Saint-Germain, een liefde in de Petteflet…
Niet dus. Ik zat mis. Geen dubbelexpositie, het zijn afzonderlijke tentoonstellingen met een trap ertussen. Ed is de bovenbuurman met het uitzicht, Fiep is de onderbuurvrouw met de tuin. In Holland staat hun huis.
Ik houd van hun werk, en dat slijt niet. Alleen al dat filmpje met Ed aan het werk op de veemarkt. Hij steekt zijn tong uit zoals er zo vaak een tong naar hem wordt uitgestoken. Alleen al Fieps tekening van de vader en de moeder in Jip en Janneke, de enige die ze ooit maakte. Doorsnee ouders, spectaculair nondescript.













