zondag 21 juni, 14:35Jarenlang was hij wijkagent in Rotterdam, maar zo’n vijftien jaar geleden besloot politieman Ferry iets heel anders te doen. Hij begon met het opleiden van politiemensen in Afghanistan. En met deze zogeheten vredesmissie bleek hij zijn nieuwe passie te hebben gevonden: “Ik zit nu alweer ruim twee jaar in Roemenië."“Wijkagent zijn in Delfshaven was een van de mooiste periodes in mijn leven. Het is een plek waar de wereld samenkomt. Een uitdagende werkomgeving, waarin je kunt leren van elkaars culturen.”Wanneer politieman Ferry, inmiddels 63 jaar, terugdenkt aan zijn tijd als wijkagent in Rotterdam, gaat hij gelijk stralen. Toch besloot hij omstreeks 2009 zijn geliefde 1e Middellandstraat en Marconiplein achter zich te laten en ruim vijfduizend kilometer te reizen: naar Afghanistan.Marc is piloot in de politiehelikopter: 'Als we drie rondjes boven je huis maken, is er echt iets aan de hand'(opent in nieuw venster)Oud-wijkagent Jan Pruim (100) is een icoon van de Wielewaal: ‘Ik verlaat de wijk alleen tussen zes plankjes’(opent in nieuw venster)“Ik zag een intern politiebericht over ‘internationale missies’ vanuit de Nederlandse politie. Dat zijn missies die agenten tijdelijk doen in het buitenland. Daarna keren ze weer terug naar hun eigen werkplek met meer kennis en ervaring. Zo’n avontuur paste wel goed bij mij en mijn maatschappelijke interesse. Zo kwam uiteindelijk Afghanistan in beeld.”Hoop en vertrouwenNa een grondige selectieprocedure en een opleiding vanuit de politie gaat Ferry in 2012 op missie naar de Afghaanse provincie Kunduz. Het doel is te helpen om de rechtsstaat en daarmee de veiligheid weer op te bouwen in het door oorlog geteisterde land. Ferry geeft, samen met andere collega’s uit Nederland, trainingen aan de lokale politie.“Zo probeerden we een politieorganisatie op te bouwen die het vertrouwen heeft van de bevolking en midden in de maatschappij staat; net als in Nederland. Dat is niet zomaar een kwestie van West-Europa kopiëren. Zo’n organisatie neerzetten heeft heel veel ontwikkelingstijd nodig. Voor mij was het dus vooral werken aan de opbouw en het vertrouwen.”Vanuit een klaslokaal in een beveiligde compound kon Ferry lesgeven aan de lokale politie om ze te laten zien wat een goed functionerend politiesysteem nodig heeft en hoe je dit kan bereiken. “Die mensen weten natuurlijk al hoe ze moeten vechten en ze zijn ook slim zat. Maar tijdens zo’n les kon ik ze hoop geven. Hoop op een professioneel, goed functionerend systeem.”‘Oorlogsgebied’Het werken in Afghanistan is wel even wat anders dan wijkagent zijn in Delfshaven. “Je ziet waar mensen toe in staat zijn. Dat gedeelte staat niet in de folder. Het is natuurlijk een oorlogsgebied.”Generaal-majoor Apon diende in Joegoslavië en Afghanistan: 'We moeten voorbereid zijn'(opent in nieuw venster)Ferry vertelt over hoe het in Afghanistan eraan toeging buiten zijn veilige compound. Wanneer hij naar de lokale politiebureaus toeging, bleef hij nooit te lang binnen en liet hij nooit zijn voertuig onbemand. “Voor je het wist werd er een bom onder geplakt. Gelukkig heb ik het nooit meegemaakt, maar in die tijd waren er bijna wekelijks aanslagen in Afghanistan.” “Het was een kwestie van niet te lang stilstaan en altijd een tweetal agenten bij de auto laten staan ter beveiliging. En dat was dus de omgeving waarin een land moest worden opgebouwd.”Verrijking voor RotterdamIn 2013 keert Ferry weer terug naar zijn geliefde Rotterdam. Naar eigen zeggen kan hij ook hier veel gebruikmaken van zijn nieuwe internationale ervaringen. “Het is niet alleen een kwestie van andere landen helpen. Door het werken in het buitenland heb ik zelf ook veel kennis opgedaan van internationale collega’s en andere culturen.”“Dat ervaar ik als een enorme verrijking, niet alleen voor mijn persoonlijke leven, maar ook in mijn werk. Zeker in een internationale en multiculturele stad als Rotterdam kan ik die kennis en ervaring in mijn dagelijkse werk als politieman goed gebruiken.”GrenscontrolesHoewel veel politieagenten het bij één vredesmissie houden, kruipt bij Ferry het bloed waar het niet gaan kan. “Sinds iets meer dan twee jaar zit ik aan de grens van Roemenië met Servië; de grens van de Europese Unie. Deze wordt bewaakt vanuit de Europese organisatie genaamd ‘Frontex’.”Namens Frontex ondersteunt Ferry de grenspolitie bij het uitvoeren van controles en bestrijding van internationale criminaliteit. “De situatie in Roemenië is wat minder complex dan in Afghanistan. Ik hoef hier geen mensen te trainen en zit niet in een grote stad of oorlogsgebied. Ik ben vooral aan het monitoren of alles goed gaat.”‘Kleine stapjes’Toch leert de lokale grensbewaking veel van de Nederlandse politiemensen. “Ik check hier bijvoorbeeld vrachtwagens. Die wil ik natuurlijk van binnen zien en daarom gebruik ik tijdens de nachtdienst een zaklantaarn. Dat vond de rest wel een goed idee, dus nu loopt het hele team met een zaklantaarn.”“Dit soort tips zijn maar kleine stapjes, maar het is wel een voorbeeld van hoe we namens Frontex een bijdrage leveren aan het versterken van controles aan de Europese buitengrenzen.”Nederlandse veiligheidOf het nu de Roemeense grens bewaken is of het opleiden van de Afghaanse politie, uiteindelijk doet Ferry het allemaal voor de veiligheid van Nederland en voor zijn eigen verrijking als politieman.“De veiligheid van ons land en onze wijken begint hier al aan de EU-grens. Als hier criminelen wel of niet binnenkomen, heeft dat effect op Nederland. Hetzelfde geldt voor Afghanistan. Dat land klinkt heel ver weg, maar wat daar gebeurt, raakt ook onze wijken. Criminaliteit stopt niet bij de grens.”Zodoende is hij er misschien een enorm aantal kilometers vandaan, maar Ferry is nog altijd bezig met zijn geliefde Delfshaven. Toch lijkt hij niet snel van plan om terug te keren naar de 1e Middellandstraat. “Als ik hier in Roemenië komend jaar klaar ben, wil ik blijven reizen. Blijven leren van andere culturen: daar word je rijker van.”Henk Strootman was politieman en werd misdaadjournalist: ‘Peter R. is er nog steeds’(opent in nieuw venster)