Het Nederlandse terugkeerbeleid kent al jaren hetzelfde probleem. Veel landen van herkomst werken niet mee aan het terugnemen van afgewezen asielzoekers, waardoor het niet lukt om mensen terug te sturen. Volgens de Adviesraad Migratie en de Adviesraad Internationale Vraagstukken is het tijd voor een andere aanpak.

Landen waar veel asielzoekers vandaan komen, moeten worden verleid met ‘partnerschappen’ die hen voordelen opleveren, schrijven de adviesorganen in een gezamenlijk rapport in opdracht van het kabinet, dat maandag verschijnt. Ze spraken met meer dan honderd experts, beleidsmakers en diplomaten. „Als je écht meer grip wilt op migratie zul je nauwe relaties moeten aangaan met landen van herkomst”, zeggen Monique Kremer (voorzitter Adviesraad Migratie) en Bram van Ojik (Adviesraad Internationale Vraagstukken).

Monique Kremer.

Wat doet Nederland verkeerd?

Kremer: „We denken al jaren dat we landen onder druk kunnen zetten om eigen onderdanen weer terug te nemen, dat lukt vaak niet. Dat komt doordat wij altijd de vragende partij zijn in de onderhandelingen. Met op zichzelf een redelijke vraag: neem mensen terug die hier zijn uitgeprocedeerd. Op grond van internationale afspraken zijn landen daartoe verplicht. Alleen heeft Nederland weinig in de aanbieding om dat ook voor elkaar te krijgen.”