Europese landen willen meer afgewezen asielzoekers uitzetten. Vorig jaar ging ruim een kwart weg, blijkt uit data van Eurostat. De Europese Unie wil die wens ondersteunen. Na lange onderhandelingen sloten het Europees Parlement, de Europese Commissie en de lidstaten begin deze maand een akkoord over een strengere terugkeerregeling voor afgewezen asielzoekers. Het Europees Parlement stemt woensdag in Straatsburg over de regeling, die gezien wordt als het sluitstuk van het Europese asiel- en migratiepact dat op 12 juni officieel is ingegaan.

Naast een grotere nadruk op gedwongen terugkeer en een verruiming van de detentiemogelijkheden – bijvoorbeeld huiszoekingen bij mensen die een lidstaat als een veiligheidsrisico beschouwt – wordt het mogelijk zogeheten ‘terugkeercentra’ op te zetten in niet-Europese landen. Europese lidstaten kunnen in hun land afgewezen asielzoekers dan uitzetten naar een centrum in een derde land, waar zij wachten tot ze definitief worden teruggestuurd.

De terugkeerregeling kan een rechtse meerderheid krijgen als de christendemocraten instemmen. Renew-Europarlementariër Fabienne Keller hoopt met een motie kinderen en families uit te zonderen van de centra.

Volgens de nieuwe regeling moeten lidstaten hun afspraken met een derde land vooraf aan de Commissie melden. Ook moet het derde land mensenrechten en internationaal recht respecteren, maar de vraag is in hoeverre de Commissie dat zal controleren en handhaven.