Voor de opening van een tentoonstelling in een Berlijnse galerie zijn tal van familieleden van de jonge kunstenaar Fabian uitgenodigd, behalve zijn steenrijke oom, Hermann Carius, uitgerekend degene die hem heeft gefinancierd. De reden daarvoor is dat die oom een bekend radicaal-rechtse politicus is.
Het grensoverschrijdende seksuele gedrag van de beroemde galeriehouder zet ook nog eens de expositie van Fabians gewelddadige, verontrustende objecten onder stroom en dreigt de aandacht van de kunst af te leiden. Zo schuurt er van alles in de roman Dood in Berlijn van Christoph Peters, die nu in een Nederlandse vertaling is verschenen.
De dertigjarige kunstenaar Fabian tobt over zijn werk en zijn plek in de familie. Ook tobt hij over Berlijn, een stad vol pronkende architectuur die tegelijkertijd een permanente bouwput is, renovaties en historiserende projecten aan elkaar rijgt en net zoals het land nog niet verenigd is. Zo hekelt hij het Humboldt Forum, een „namaakpaleis, opgetrokken uit met zandsteen bekleed gewapend beton”, gebouwd op de plek van het voormalige stadsslot dat door de machthebbers van de DDR is opgeblazen. Omdat het als symbool van Pruisisch imperialisme werd gezien, maakte het plaats voor een paleis voor het volk. Na de hereniging werd ook dat gesloopt.







