Memoirs, het genre van persoonlijke, autobiografische non-fictie, worden vaak gemakzuchtig afgedaan als narcistisch, als „een lange biechtstroom van ik-ik-ik”, schrijft de Britse schrijver Blake Morrison, auteur van meerdere succesvolle memoirs, in het voorwoord van zijn nieuwste boek On Memoir. An A-Z of Life Writing. Hij citeert de Noorse romanschrijver en Nobelprijswinnaar Jon Fosse – wiens personages verdacht veel op hemzelf lijken – die eens zei dat hij niet schrijft om zichzelf uit te drukken, maar om aan zichzelf te ontsnappen, alsof zelfexpressie ijdel is.
„In de beste gevallen zijn memoirs juist het minst zelfingenomen van alle genres”, werpt Morrison tegen. „Je legt je ziel op tafel om jezelf te ontstijgen, om voorbij de pijn en verwarring te kunnen gaan.” Je moet voorbij de pijn kunnen kijken om die te kunnen peilen, ordenen en zo echt mogelijk te beschrijven, is zijn voornaamste punt. En dan stuur je het ook nog de wereld in, waarmee jouw verhaal niet meer van jou is, maar van iedereen.
In On Memoir beschouwt Morrison het genre waarmee hij al drie decennia als auteur vertrouwd is, en waarover hij al minstens vijftien jaar doceert op de prestigieuze schrijfopleiding van Goldsmiths University in Londen. Hoewel het een metareflectie is en geen memoir an sich, toont Morrison in elk geval dat hijzelf verre van narcistisch is. In de vorm van een luchtig abc’tje bespreekt hij in korte vignetten thema’s als ‘eerlijkheid’, ‘AI’, ‘identiteit’, ‘ethiek’, ‘toestemming’, of het werk van andere zogeheten life writers als Karl Ove Knausgård, Jean-Jacques Rousseau en Virginia Woolf. Met een typisch Britse, hoffelijke toon schrijft hij vanuit de eerste persoon over zijn eigen ervaringen als schrijver van memoirs, maar toont hij zich vooral een genereuze lezer van anderen. On Memoir is daarmee zowel een charmant handboek voor wie zelf in de autobiografische pen wil klimmen, als een state of the art van de memoir van vandaag.






