Wat hij van Leo Vroman wist? Eigenlijk helemaal niets, zegt schrijver Atte Jongstra. Teksten van hem waren weleens in een boek beland waar ook werk van de dichter-bioloog in stond en hij had gedichten van Vroman in Hollands Maandblad gelezen. Goeie gedichten. Maar in veertig jaar schrijverschap had Jongstra (69) nooit een letter aan Vroman gewijd. Vandaar zijn verbazing toen hem werd gevraagd of hij diens leven te boek wilde stellen. „Ik ben naar mijn vriend [en dichter en essayist] Rob Schouten gegaan en heb hem gevraagd of hij dacht dat het wat voor mij zou zijn, die Leo Vroman. Rob dacht van wel. Dus toen heb ik het gedaan.”
Het was inderdaad wel wat voor hem, blijkt ruim vijf jaar verderop. Deze week verschijnt Inkt, bloed en liefde, achthonderd pagina’s Jongstra over Vroman, opgedeeld in korte hoofdstukjes – met nog tweehonderd pagina’s noten erachteraan. Atte Jongstra (in 2016 bekroond met de Constantijn Huygensprijs) schrikt nu eenmaal niet terug voor een kleine uitweiding – hij deelt een brede en snel opvlammende nieuwsgierigheid met het onderwerp van zijn boek.
Er moest bovendien bijna 99 jaar in de biografie. Vroman werd in 1915 geboren in een Joods gezin in Gouda, studeerde in Utrecht, verloofde zich met Tineke Sanders, vluchtte in mei 1940 op het allerlaatste moment voor de nazi’s, maakte zijn studie af in Nederlands-Indië, zat jaren in Japanse krijgsgevangenschap, vestigde zich na de oorlog in New York, waar hij na zeven jaar van elkaar gescheiden te zijn geweest eindelijk met Tineke kon trouwen. Hij maakte simultaan carrière als dichter en als bloedonderzoeker, ontving vrijwel alle beschikbare Nederlandse literaire prijzen en overleed uiteindelijk kort voor zijn 99-ste verjaardag in een bejaardenhuis in Fort Worth, Texas.











