Als kind van een beroemde schrijver kun je zelf maar beter geen literaire ambities koesteren. Denk aan de kinderen van Thomas Mann, die weliswaar allen schreven, maar hun vader nooit konden evenaren en daar buitengewoon gefrustreerd over waren. Of neem Auberon Waugh, die het schrijven na vijf romans opgaf omdat hij begreep tot aan zijn dood met zijn geniale vader Evelyn vergeleken te zullen worden.
Dat zulke kinderen wel uitblinken in het optekenen van hun familieherinneringen, besefte ik eens te meer bij het lezen van Juliet Nicolsons Een huis vol dochters. Hierin behandelt de Britse schrijfster vier generaties vrouwen uit haar familie, te beginnen met haar betovergrootmoeder, de Spaanse flamencodanseres Pepita de Oliva, die door Lionel Sackville-West tot diens maîtresse werd genomen. Dat ze niet met deze Britse diplomaat kon trouwen kwam doordat ze al getrouwd was en op grond van de Spaanse wet niet kon scheiden. De oudste buitenechtelijke dochter van het paar, Victoria, trouwde met Lionels neef en erfgenaam, ook een Lionel Sackville-West. Samen kregen zij een dochter, Vita, die niet zozeer beroemd zou worden als feministische schrijfster maar wel als de kortstondige geliefde van Virginia Woolf.








