vandaag, 16:00Hoofdpijn, vermoeidheid, buikpijn of duizeligheid. Het zijn alledaagse klachten die we allemaal kennen en die vaak vanzelf weer overgaan. Maar wanneer de klachten aanhouden en je stapt de spreekkamer van een huisarts binnen, blijkt het onbewust sterk uit te maken of je een man of een vrouw bent. Dit is geen overgevoelig onderbuikgevoel van patiënten; het is de harde realiteit die naar voren komt uit onderzoek van het UMCG.Gezondheidswetenschapper Aranka Ballering analyseerde voor haar promotieonderzoek aan het UMCG de anonieme medische gegevens van meer dan 32.000 patiënten. Haar conclusie legt een diepgeworteld patroon bloot: vrouwen die met exact dezelfde klachten kampen als mannen van dezelfde leeftijd, met een vergelijkbare medische voorgeschiedenis, krijgen een wezenlijk ander zorgtraject aangeboden.'Wat mij het meeste opviel, was dat het verschil in behandeling echt alleen lijkt samen te hangen met dat ene kenmerk: man of vrouw zijn', vertelt Ballering.[Week van de Vrouwengezondheid Deze week besteedt RTV Noord elke dag aandacht aan vrouwengezondheid. Vrouwen vormen de helft van de bevolking, maar de zorg is van oudsher ingericht op het mannenlichaam. Van hormonen tot hartklachten: vrouwen worden nog altijd anders behandeld. En dat heeft gevolgen.]De man als medische blauwdrukDe oorzaak hiervan ligt diep verankerd in de medisch-wetenschappelijke historie. Tot ver in de twintigste eeuw was het mannenlichaam de absolute norm in medisch onderzoek. 'Alle diagnostische interventies en de medische opleiding zijn de afgelopen vijftig tot vijfenzeventig jaar grotendeels gebaseerd op het mannenlichaam als referentie', legt Ballering uit. 'Als het lichamelijk onderzoek en de beeldvorming volledig zijn afgestemd op die mannelijke norm, dan valt er bij vrouwen gewoon minder snel iets op. Maar vrouwen zijn geen kopietje van mannen met borsten en eierstokken.' Huisarts Nicoline van den Broek, werkzaam bij de Academische Huisartspraktijk UMCG, herkent deze dynamiek direct uit de dagelijkse praktijk. 'Je moet de reflex weerstaan om klachten puur vanuit één standaard handboek te benaderen dat verouderd is', stelt Van den Broek. De doorverwijzingskloofUit Ballerings data blijkt dat vrouwen vaker laagdrempelig laboratoriumonderzoek krijgen, zoals bloed- of urineonderzoek. Bij fysieke klachten worden ze echter structureel minder snel doorverwezen naar een specialist. Ook krijgen ze minder vaak een lichamelijk onderzoek of beeldvorming, zoals een echo of röntgenfoto. 'Vrouwen hebben hierdoor een lagere kans op een definitieve ziektediagnose.'Het resultaat is dat vrouwelijke patiënten vaker zonder antwoorden de spreekkamer verlaten. 'Klachten van vrouwen blijven vaker onverklaard. Zij gaan veel vaker naar huis met een symptoomdiagnose, zoals ‘langdurige hoofdpijn’, zonder dat de achterliggende oorzaak wordt opgespoord', verklaart Van den Broek. Een vicieuze cirkelBij deze cijfers is de maatschappelijke reflex vaak om direct naar de individuele huisarts te wijzen. Ballering benadrukt dat dit onterecht is. 'Iedere arts handelt met de beste intenties. Ik denk dat er geen enkele arts is die s ochtends opstaat en denkt: vandaag ga ik vrouwen slechter behandelen.'De werkelijke oorzaak is complexer. Doordat diagnostische instrumenten historisch op mannen zijn afgesteld, leveren ze bij vrouwen minder vaak een tastbare diagnose op. Uit Ballerings onderzoek blijkt dat wanneer artsen wél een echo of röntgenfoto maken bij vrouwen, er daardoor statistisch gezien vaker niets uitkomt. ‘Dit beïnvloedt de ervaring van de arts. Die besluit daardoor onbewust om dergelijke tests bij vrouwen minder snel in te zetten.’Dit houdt een hardnekkig patroon in stand. ‘Omdat het onderzoek historisch minder oplevert, zetten artsen het minder vaak in. Hierdoor worden er minder diagnoses gesteld, wat de aanname dat het weinig oplevert telkens bevestigt.’ Vrouwenklachten worden zo sneller als 'vaag' of 'atypisch' bestempeld. Ballering is daar helder over: 'Er is niks atypisch aan, het zijn gewoonweg klachten bij vrouwen. Vooruitgang begint met het gebruik van correcte taal.'Maatschappelijke genderrollenNaast de biologische meetlat spelen ook onbewuste stereotypes een rol. 'Van mannen wordt maatschappelijk vaak nog verwacht dat ze stoïcijns zijn', zegt Ballering. 'Als zij uiteindelijk bij de huisarts zitten, is het idee al snel dat er echt wat aan de hand is. Voor vrouwen is het sociaal geaccepteerder om klachten te uiten. De huisarts neemt dat onbewust mee en zal bij een vrouw de klacht misschien nog even willen aankijken.'Dat vrouwen hun klachten emotioneler verwoorden dan mannen, blijkt een misverstand. ‘Onderzoek naar taalgebruik toont aan dat mannen en vrouwen nagenoeg dezelfde woorden gebruiken om pijn te omschrijven. Wel worden vrouwen tijdens het gesprek vaker onderbroken.’Huisarts Van den Broek signaleert hierin een historisch hiaat in de artsenopleiding. 'Artsen van mijn generatie leerden niet echt over diepe empathie, echt luisteren en het herkennen van gendergerelateerde communicatiekloven. Je moet leren wie er voor je zit.''Het zit tussen je oren'Als een fysieke oorzaak niet direct vindbaar is met de traditionele medische meetlat, wordt er nog te vaak geconcludeerd dat het psychisch is. Dit mechanisme is niet nieuw. Al in 1955 schreven media over 'huisvrouwenvermoeidheid'. Vrouwen die overspannen raakten door het huishouden, werden behandeld voor hun 'pietluttige en futiele bestaan'. Hun reële fysieke en mentale uitputting werd gebagatelliseerd.Vandaag de dag is dat risico nog altijd aanwezig bij aanhoudende klachten zoals chronische pijn of fibromyalgie. 'Wat vaak als tussen de oren wordt gezien, is voor deze mensen een zware realiteit', benadrukt Ballering.Wanneer vrouwelijke patiënten telkens horen dat er medisch niets aan de hand is, gaan ze aan hun eigen waarneming twijfelen. Dit stigma zorgt voor intens leed. Vrouwen voelen zich niet serieus genomen en verliezen het vertrouwen in het zorgsysteem. 'Het gevolg is dat ze noodzakelijke medische hulp uiteindelijk gaan mijden, wat tot verergering van de klachten leidt', aldus Ballering.Een steen in de vijverHoe kunnen we dit tij keren? Ballering hoopt dat de medische wereld zich snel aanpast. 'Als de medische opleiding structureel meer aandacht heeft voor het vrouwelijk lichaam en voor de impact van maatschappelijke normen, wordt de zorg fundamenteel beter. Van onbewust onbekwaam naar bewust onbekwaam naar bewust bekwaam.' Huisarts Van den Broek adviseert artsen in de dagelijkse praktijk vooral nieuwsgierig te blijven. Volgens haar liggen richtlijnen niet vast als absolute waarheid, maar vormen ze het startpunt.'Als een patiënt zegt dat iets niet werkt, dan moet je dat als een puzzel gaan zien', stelt Van den Broek. 'Waarom doet deze medicatie niet wat ik verwacht? Zoek samen met de patiënt naar andere opties. Kijk naar wie er voor je zit en zie de patiënt als een geheel. Gooi een steen in de vijver en kijk wat er gebeurt. Hopelijk draagt het bij aan een toekomstige tsunami aan medische literatuur over vrouwengezondheid.'
De dokter ziet een vrouw, maar behandelt ze haar ook als patiënt?
Hoofdpijn, vermoeidheid, buikpijn of duizeligheid. Het zijn alledaagse klachten die we allemaal kennen en die vaak vanzelf weer overgaan.








