Het was even knipperen met de ogen, toen ik dit maandag las. Vierhonderdduizend.

Zoveel banen is de Duitse industrie kwijtgeraakt tussen 2019 en 2025, puur en alleen als gevolg van het Chinese handelsbeleid. Dat stelt althans het Institut der deutschen Wirtschaft (IW), een onderzoeksinstituut gelieerd aan de Duitse werkgevers. Duitse bedrijven en ook politici slaan toenemend alarm: Duitsland, tot voor kort de economische motor van Europa, dreigt grote delen van zijn industrie (denk aan auto’s, machines, chemie) te verliezen door concurrentie van exportmoloch China.

Je zou de Duitsers kunnen beschuldigingen van enige hypocrisie: tot voor kort was het snel groeiende China voor hen vooral een lucratieve exportmarkt. Bedrijven als Volkswagen en Siemens hebben er de voorbije decennia vele miljarden verdiend. Maar sinds 2021 daalt de Duitse export naar China elk jaar verder (van 103 miljard euro naar 81 miljard in 2025). De Chinezen maken steeds meer (hoogwaardige) producten gewoon zelf.

De Chinese concurrentie wordt al heel lang gezien als oneerlijk – niet alleen in Duitsland, of in Europa, maar ook elders in de wereld. Toen ik in 2018 een bezoek bracht aan de Wereldhandelsorganisatie (WTO) in Genève ging het in gesprekken met diplomaten eigenlijk voortdurend over de assertieve Chinese handelspolitiek. Het land subsidieert grootscheeps de eigen exportindustrie en schermt intussen toenemend de eigen markt af voor buitenlandse concurrentie, zo klonk het. Inmiddels zijn we acht jaar verder en is het Chinese handelsoverschot met de EU ruwweg verdubbeld, naar 360 miljard euro in 2025.