Misschien wel het fijnste van de wetenschap: dat die ons in staat stelt om de dingen bij de juiste naam te noemen. De astronoom die zegt: dit is een maan, en dat daar is een planeet. De bioloog die aanwijst: dit is een konijn, dat is een haas. Ja, ze lijken op elkaar en behoren allebei tot de orde der haasachtigen. Maar het zijn toch echt twee verschillende diersoorten, en beide zijn het beschermen waard.
Ook als politiek filosoof zie ik het als mijn taak om beestjes bij de naam te noemen, alleen kijk ik niet naar natuurverschijnselen maar naar politieke fenomenen en waarden. Dit zijn mensenrechten, dat zijn verkiezingen. Dit is vrijheid, dat is gelijkheid. Dit is de rechtsstaat, dat is de democratie. Ja, die laatste twee zie je in de regel altijd samen en dan spreken we van een ‘democratische rechtsstaat’. Toch zijn het echt twee verschillende dingen.
Democratie is het principe dat het volk zichzelf bestuurt; het idee van de rechtsstaat is dat de macht van de overheid wordt begrensd door wetten. De democratie vormt het domein waar politiek conflict wordt uitgevochten; de rechtsstaat markeert juist het gebied van alles waarover we het redelijkerwijs met elkaar eens zouden moeten zijn. De intellectuele zaadjes voor de democratie liggen in het oude Griekenland; het rechtsstaatdenken is meer geïnspireerd door de Verlichting en de Franse Revolutie. Vandaag de dag proberen we beide idealen met elkaar te combineren, maar vaak trekken ze alle twee in een andere richting; onvermijdelijk wringt het van tijd tot tijd.






