Op het toneel zie ik nogal eens een dier. Ik bedoel een diermens. Of een mensdier, kan allebei. Zo word ik in het stuk De architect getroffen door een roofvogel. Ze heet Hilde. Jaren geleden, in 1995, zag ik het stuk ook, het heette Bouwmeester Solness. Toen was Hilde een kat. Ik zie het nog voor me, gespeeld door Katrien De Becker sloop ze over het podium, „rug en kont gebogen in een erotisch vraagteken” schreef ik destijds.

Nu hipt actrice Eefje Paddenburg door datzelfde stuk. Haar Hilde is een havik, geen vraagteken maar een erotisch uitroepteken. In de indrukwekkend fysieke regie van Rebecca Frecknall doet ze steeds heftigere uitvallen naar haar prooi, de ster-architecte Solness. Profiterend van haar lust en van haar leed strijkt Hilde met een scheve kop achter haar neer, met een kil oog loerend op haar weke delen. Vals. Gemeen.

Maar nee, dat kun je zo niet zeggen. En ik moet beter weten, want ik zag de film Amsterdam Wildlife by Night. Een aanrader van en met oud-stadsecoloog Martin Melchers. Onweerstaanbaar enthousiast voor de Amsterdamse natuur is hij een Nederlandse David Attenborough, die op stadse plekken onvermoede dieren weet te zitten, van boommarters tot rugstreeppadden. Jonge ransuiltjes vindt hij schattig, net als iedereen, de hele zaal zit te koeren van vertedering. Diezelfde zaal kreunt ontzet bij zijn beelden van een rat die onder de ogen van een krijsende aanstaande dodaars-moeder al haar eieren opvreet. De rat is een rotrat, zo gemeen!