De nieuwste voorstelling van cabaretduo Kommil Foo begint met een karakteristieke Kommil Foo-vertelling: smakelijk en komisch opgediend, maar ook enigszins nevelig. Een man zit in een café met een witte en zwarte hond. Om mysterieuze redenen lijkt hij een voorkeur te hebben voor het witte exemplaar. Hij wil dit mopje graag vertellen omdat hij zich identificeert met de zwarte hond, fluistert Mich het publiek toe, wijzend naar zijn broer. Maar waarom?
De Vlaamse gebroeders Walschaerts, Mich (57) en Raf (60), treden al decennialang op als Kommil Foo. Ze maken beeldende en bloemrijke voorstellingen, met losse, enigszins associatieve scènes en vaak schitterende, melodieuze liedjes. Ook in het mooie Babel liggen boodschap en betekenis niet bepaald aan de oppervlakte. Sterk zijn de broers in het scheppen van beelden en gevoelens. Een terugkerend thema is miscommunicatie en de gevolgen daarvan, iets waarnaar ook verwezen wordt in de titel van de voorstelling: de mythische stad Babel, bekend van zijn Babylonische spraakverwarring.
Jeugdherinnering
Ook het beginmopje over de twee honden draait om zo’n misverstand, zo wordt later duidelijk. Het blijkt een metafoor voor een scherpe jeugdherinnering van Raf, die met een paar rake typeringen wordt geschetst. Gezinsvakantie, de jaarlijkse vakantie op de Costa Blanca, 27 uur onderweg, want vader weigerde de Franse tolwegen te nemen. Tijdens een van de dagelijkse kinder-insmeersessies met zonnebloemolie op het balkon zei Rafs vader eens iets tegen hem dat resulteerde in diepe onzekerheid. Een misverstand, Raf weet het haast zeker, maar dan moest dat wel eerst worden uitgesproken. „Ik had moeten spreken op dát moment.” Maar hij deed het niet, en vervolgens was het moment voorbij.









