Jawad es Soufi (36) kwam als tiener vaak te laat op school. Zo vaak, dat hij werd doorverwezen naar een psycholoog. Zijn vader moest mee.

In de theatershow Georganiseerde Rwina (chaos) beschrijft de komiek hoe de psycholoog zijn vader verwijt dat hij geen Nederlands spreekt. Met bekakte stem: „Dat is belachelijk. Je kan niet komen profiteren van dit land, maar de taal niet spreken.” De jonge Es Soufi weet niet wat hij moet. „Het deed me echt pijn, zoals ze mijn vader beledigde.”

„Je kunt hem niet blamen dat hij de taal niet spreekt”, zegt Es Soufi begin juni op het podium van theater De Meervaart in Amsterdam. „Hij mócht de taal niet spreken.” Hij vertelt over de jaren zestig, over hoe zijn vader in de Marokkaanse stad Nador aan moest sluiten in een rij voor een vernederende keuring voor gastarbeiders, dat hij de tip kreeg om te doen alsof hij geen Frans sprak, omdat hij het anders wel kon vergeten. „Dan ga je namelijk vragen stellen over de cao: hè, we hebben toch recht op half uur pauze, geen tien minuten? We mógen toch geen zestien uur werken?”

Eenmaal in Nederland, zegt Es Soufi, kwam zijn vader terecht in een wijk met ándere Marokkanen. „Hoe, met wie ga je dan Nederlands leren spreken?”