Op een doordeweekse middag loopt zanger, musicalacteur en tv-presentator Jamai Loman (39) een bruin café aan de rand van Amsterdam binnen. Hij draagt een versleten baseballpet en donkere kleding. „Ik hou hiervan”, zegt hij om zich heen kijkend. „.”
Het doet hem verlangen naar de tijd dat mobiele telefoons, AI en sociale media ons leven nog niet domineerden. Waarin niet over het minste geringste een publiekelijk oordeel werd geveld. , zal hij later in het gesprek zeggen.
Het is kort na de vierde aflevering van Maestro, het tv-programma waarin BN’ers het tegen elkaar opnemen in ‘een muzikale afvalrace tot dirigent’. Loman dirigeerde de soundtrack van Schindler’s List, een film over een zakenman die tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n 1.200 joden van deportatie redde. Met zijn muzikale gevoel en subtiliteit dwong hij respect af bij de juryleden, die zijn optreden met een 10 beoordelen. Ook orkest en publiek waren onder de indruk. „We leven momenteel in een vreemde wereld”, zei jurylid Dominic Seldis. „En jij zei met muziek meer dan duizend politici kunnen overbrengen.”
Je was zichtbaar geraakt door alle lof.
Hij knikt. „Mensen raken met muziek, of andere kunstuitingen, is voor mij het hoogst haalbare. En de muziek van Schindler’s List raakt op een niveau waar sommige mensen moeilijk bijkomen. Omdat ze murw zijn van de beelden die tegenwoordig als een beest op ons afkomen. Dit stuk duurde maar twee minuten en twintig seconden. Aan mij de taak de grote boodschap van het stuk te vangen en de dialoog tussen althobo en viool, het instrument dat direct naar je hart gaat, tot z’n recht te laten komen. De talloze berichten die ik na de uitzending kreeg waren hoopvol. Meerdere mensen zijn Schindler’s List gaan bekijken. ‘Ik besefte dat we nooit moeten vergeten wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd’, schreef iemand. ‘Dat er een cultuur, een hele bevolkingsgroep is weggevaagd.’ Op straat sprak ik meerdere mensen die zeiden: ‘Ik kreeg tranen in mijn ogen, maar kan niet verklaren waarom.’ Misschien bracht de muziek hen onbewust terug naar een oude pijn.”






