Op de neus van Sacha Muller (42) prijkt een rode clownsneus. Hij zit op een houten plank die door zijn theatergezelschap op de schouders wordt gedragen. Een acteur draagt een gele hoed, een ander een bolhoed. Een klarinet en een trompet schallen door de straat. Bloemen steken uit manden en jaszakken. Het lijkt even op een carnavalsoptocht.

Dan klinkt Mullers stem door de koptelefoons die aan het publiek zijn uitgedeeld. „Dit is mijn afscheid”, zegt hij. „Tenminste, dit is hoe ik het me voorstel.”

Het is een regenachtige middag in Amsterdam-West. De Stoet, een theaterproject op initiatief van Adelheid Roosen (theatercollectief Female Economy) en in regie van artistiek leider Katrien van Beurden (internationaal spelerscollectief Troupe Courage), trekt verder door de wijk. Langs portieken en geparkeerde fietsen, langs mensen die hun boodschappentas even neerzetten om beter te kunnen kijken. Kinderen wijzen, fietsers remmen af.

‘De Stoet’ loopt door Amsterdam. De grote pop (door Theater Pompidou) verbeeldt Sacha’s moeder. Foto Sjoerd Derine

‘De dood zit naast me in bed’